Ervaringen

Het werk van Irene Luth in de weeshuizen Andreoli en Gota de Leche

Psychologe Irene Luth vertrok eind 2009 naar Zuid Amerika voor een rondreis van drie maanden, ze wilde het echter niet alleen bij rondtrekken laten. Het leek haar interessant om nuttig werk te verrichten, zoals het doen van vrijwilligerswerk met kinderen. Via stichting Ayni kreeg ze de kans om zich in Oruro (Bolivia) voor twee weeshuizen, Andreoli en Gota de Leche, in te zetten. Daar ondersteunde ze de Boliviaanse psycholoog en bracht ze de situatie van kinderen met een mentale en/of fysieke handicap in kaart. Irene schreef een persoonlijk verslag over hoe ze haar tijd in Bolivia heeft ervaren en wat ze daar heeft geleerd: 

In de eerste week moest ik erg wennen, vooral aan het gebrek aan structuur en aan het motto ’wat vandaag niet kan, doen we gewoon morgen’ dat elke dag werd nageleefd. Ook waren er maar weinig middelen beschikbaar voor zowel de werknemers als de kinderen. De psycholoog bijvoorbeeld had geen gestandaardiseerde psychologische tests, maar weinig boeken en wel een computer, maar geen internet. De vaardigheden van de kinderen werden voornamelijk getest aan de hand van het spelen met puzzels. De kinderen zelf hadden weinig spullen om zich mee bezig te houden, veelal zaten ze in hun eigen vertrek en hadden ze alleen een TV om zich mee te vermaken. Lezen, computeren, films kijken, dingen die Europeaanse kinderen doen, werden in de weeshuizen niet veel gedaan, omdat de materialen niet aanwezig waren. Ondanks dat, viel het me op dat de kinderen in de weeshuizen erg zelfstandig waren. Ze konden veel dingen zelf en hadden, wanneer ze niet naar school hoefden, er geen moeite mee om zich met elkaar te vermaken. Bijna alle kinderen gingen naar school, in het weekend konden sommige kinderen die wel ouders hadden, naar huis. Voor de andere kinderen waren hun broertjes en zusjes erg belangrijk.

 

Weeshuis Irene Luth

 

De medewerkers in het weeshuis probeerden met veel aandacht en liefde het verdriet van de kinderen op te vangen. Er hing daardoor een prettige en warme sfeer. De kinderen waren enorm leergierig en wilden alles doen wat ze aangeboden kregen, als ze maar even weg konden, aandacht kregen en ‘iets’ konden doen of leren. Ik zag hoe een collega muziektherapie aan de kinderen gaf, dit was erg interessant. De kinderen kregen muziek te horen en moesten elkaar na doen op de muziek. Daarna moesten ze ontspannen op klassieke muziek. Sommige kinderen hadden moeite met de ontspanningsoefening omdat ze, zoals ze zelf aangaven, daar verdrietig van werden of dat er daardoor nare gedachten en gevoelens naar boven kwamen.

Ik gaf Engelse les aan de jongens, zij bleken namelijk veel interesse te hebben in het leren van Engelse woordjes. De meisjes, maar ook sommige jongens, leerde ik om armbandjes te maken. Gelukkig kreeg ik alle vrijheid om deze activiteiten te ondernemen. In de laatste week van mijn verblijf organiseerden de mensen van Ayni Bolivia en ik een recreatiedag. De jongere kinderen konden tekenen en kleuren en voor de oudere kinderen stonden sportieve spelletjes, zoals voetbal, springtouwen, jojoën en hoelahoepen op het programma. Daarnaast werkte ik apart met de gehandicapte kinderen om te zien wat ze al konden en waar en voor wie extra begeleiding noodzakelijk was.

Tijdens mijn verblijf heb ik niet alleen geleerd om met kinderen te werken, maar ook hoe je met weinig middelen kinderen dingen kunt leren. Ook heb ik van heel dichtbij de Boliviaanse cultuur kunnen opsnuiven, onder andere door de Spaanse taal, maar ook door een deel van de Tinku dans te leren. Dansen, eten, muziek en familie zijn in Bolivia erg belangrijk: elke stad heeft bijvoorbeeld haar eigen gerechten, dansen en feesten. Ik heb van alles bijgewoond zoals; een bruiloft, de dag van Allerheiligen, het studentencarnaval, een concert van Kjarkas, de nationale band van Bolivia en de opening van een nieuw weeshuis.

In de weeshuizen waar ik werkte, was individuele aandacht helaas zeer schaars. De kinderen genoten erg tijdens individuele bezigheden als wandelen op het speelplein, schommelen, en schilderen, maar hebben echt behoefte aan meer individuele aandacht. Vooral het organiseren van activiteiten zoals knutselen, Engelse les geven, dansen en sporten is daar meer dan welkom. Ik hoop dat stichting Ayni in de toekomst nog veel voor deze en andere kinderen kan betekenen!

Een geslaagde mislukking

Over de fouten die gemaakt worden en de lessen die daarvan geleerd zijn moet gepraat worden is de visie van stichting Ayni. Een voorbeeld van een geleerde les die we bij Ayni de geslaagde mislukking noemen, is een idealistisch vrouwenproject waarbij het niet lukte om het oorspronkelijke plan (een vrouwencoöperatie) uit te voeren, het plan liep vast bij het vinden van een geschikte ruimte voor trainingen. Uiteindelijk moest de financiering (vanwege de lange aanloop) voor het project worden teruggegeven. Het project bestond uit een samenwerkingsverband tussen meer dan 15 vrouwen die gezamenlijk financiering aanvroegen. AYNI had al een training voor deze vrouwen reeds gefinancieerd. Hierna zouden de vrouwen met weefgetouwen en spinnenwielen, via Ayni werden geleverd, textiel producten maken. Het plan was om binnen de coöperatie de weefgetouwen en spinnenwielen gemeenschappelijk te gaan gebruiken en de producten die hiermee werden gemaakt te verkopen. De winst over deze producten zou vervolgens onder de vrouwen verdeeld worden.

Toen de machines er eenmaal waren lukte het maar niet om een geschikte ruimte in de wijk waar de meeste vrouwen woonden te vinden en mislukte het project. Het geslaagde van deze mislukking is dat het tenminste drie (tot negen) van de vrouwen lukte het om met de machines (die uiteindelijjk verdeeld werden) een succesvol bedrijfje op te richten. Er was dus geen sprake meer van een coöperatie maar wel van geslaagde individuele bedrijfjes. Drie jaar na afloop van het project kregen we via onze lokale contactpersoon nog goed nieuws te horen over de bedrijfjes. Hoe het inmiddels bij de bedrijfjes voor staat is onbekend, een bezoek zou nu, na acht jaar, dus zeker de moeite waard zijn.

Niet altijd rozengeur en maneschijn; een geleerde les

In het hele proces van het opzetten van een project, zoals het ICT Chaski project gaat er natuurlijk ook wel eens iets mis. Sylvia van den Berg, oprichtster van de stichting Ayni, vindt het belangrijk om niet alleen de dingen die goed gaan maar ook de dingen die fout gaan te delen met de geïnteresseerde vrijwilligers, organisaties en donateurs die deze website bezoeken. Bij de opzet van zo’n groot project is niet alles altijd rozengeur en maneschijn, daar leer je als organisatie van en dat mag best eens benoemd worden.

Een voorbeeld van zo'n geleerde les vond plaats begin 2007 toen de stichting werd benaderd door een Spaanse organisatie die via een gezamenlijke donateur met stichting Ayni in contact was gebracht. De werknemers van de organisatie gaven aan dat ze graag meer wilde weten over het project, zelf plannen hadden voor een soortgelijk project en een samenwerking wilde aangaan zodat we onze krachten en kennis konden delen.
De twee leden van de Spaanse organisatie gaven meteen aan dat er fondsen van een lokale Gemeente (vlakbij Barcelona) te verkrijgen waren als er maar genoeg foto's van kinderen uit Potosi (Boliviaans departementen waar het ICT programma loopt) beschikbaar waren. Wij organiseerden (en betaalden een deel van) de reiskosten in Potosi in 2006. Na verloop van tijd werd duidelijk dat de leden alleen gebruik wilde maken van de know how en zich niet zich aan de gemaakte afspraken hielden. Sterker nog, ze kochten een medewerker om met een heel hoog salaris die tijdelijk voor hen aan de slag ging. Les: probeer altijd een Memorandum te tekenen waarin de verwachtingen en verplichtingen zijn vastgelegd. Je kunt niet altijd op mooie woorden en plannen vertrouwen.